De Perzische gemeente Kores maakt sinds een aantal jaar regelmatig gebruik van de Eben-Haëzerkerk. Tijd voor een kennismaking.
De grote zaal is deze zondagmiddag omgebouwd tot kerk. Een groen-wit-rode vlag die aan de muur is geprikt, geeft aan dat Iran hier het samenbindende punt is. Een groepje mannen en vrouwen oefent bij een keyboard/geluidsinstallatie een paar liederen. Intussen loopt de zaal langzaam vol. Duidelijk is dat de dienst ook een moment van ontmoeting is voor mensen die elkaar niet vaak zien. Veel mannen, minder vrouwen, kinderen zijn in de crèche. In totaal een kleine honderd niet-westerse mensen.
Om tien voor drie komt voorganger Masoud –wit gewaad over zijn kleren– met een groep mannen en vrouwen –eveneens in het wit– uit de consistorie. Het blijken de zeventien dopelingen van deze middag te zijn. Masoud vraagt om stilte en deelt mee dat er geen foto's mogen worden gemaakt. „Dat doen we zelf.” Verder vertelt hij dat „veel van onze broeders en zusters” zijn vrijgekomen, onder andere uit de vreemdelingendetentie in Zeist. Luid applaus. Degenen die een verblijfsvergunning hebben gekregen, mogen gaan staan. Opnieuw applaus. Een Iraanse vertaalt voor de paar westerlingen alles in het Nederlands.
Op een scherm voorin de zaal verschijnt een duif, afgewisseld met teksten uit de Schrift. Masoud vertelt dat de vader van een van de aanwezigen is overleden. In stilte, onder rustige muziek, toont de zaal medelijden met de vrouw. Aansluitend bidt Masoud voor allen die het moeilijk hebben. Als iedereen staande het Onze Vader heeft opgezegd, stelt een koortje van acht mannen en vier vrouwen zich achter de microfoons op. Een lied verschijnt op het scherm. Wie wil, zingt mee met het ritmische, oosterse lied, begeleid door stevige muziek. Sommigen gaan staan en klappen mee. Wat er wordt gezongen, blijft onduidelijk voor wie geen Farsi kent. Applaus als het lied is afgelopen. Om tien voor halfvier heet Masoud broeder Kees hartelijk welkom. Hij zal vanmiddag het Woord brengen. Het blijkt om voorganger Kees Goedhart te gaan, oud-zendeling en voorzitter van de Stichting Opwekking. Goedhart leest twee korte teksten –Matth. 19 : 26 en Mark. 9 : 23– en spreekt vervolgens over ”Geloof doet leven”. Waarom geloof je? Wat doen we ermee? En hoe krijgen we meer geloof? Nu vertaalt de Iraanse naar het Farsi. „Geloof is het kanaal waardoor Gods mogelijkheden naar ons toekomen. Geloof is gericht op God, niet op problemen. De wereld wil eerst zien, dan geloven. De christen gelooft echter los van het zien en de omstandigheden. Ieder mens heeft een zaadje van geloof. De een stopt het in de politiek, de ander in voetbal. Maar alleen in Jezus ontkiemt het zaadje. Misschien heb je jouw zaadje nog nooit in Jezus gestopt. Misschien moet je dat vanmiddag eens doen. Zullen we daar voor bidden. Mag ik handen zien?" Veel handen gaan omhoog. Goedhart bidt vervolgens. Zijn ”amen” wordt met applaus begroet. (wordt vervolgd)
Jaco van der Knijff

Koresgemeente (I)