Minister Uri Rosenthal (aan het hoofd van de tafel) in gesprek met door hem uitgenodigde religieuze leiders. Klik op de foto voor een grotere foto.
Op woensdag 16 maart belegde minister Uri Rosenthal van buitenlandse zaken een gesprek met diverse geestelijke leiders, waarin zij hem informeerden over hun ervaringen met en visie op geloofsvrijheid en christenvervolging. Op zeer betrokken wijze liet hij zich informeren over de situatie van religieuze minderheden in diverse landen. De directeur mensenrechten van het ministerie lichtte toe dat de aanleiding voor het gesprek voor Rosenthal lag in het grote aantal geweldsincidenten in de afgelopen maanden, onder andere in Irak, Egypte, Iran, Afghanistan en Pakistan.Wat de autochtone Nederlanders betreft waren rabbijn Awraham Soetendorp, Pax Christi-directeur Jan Gruiters, Marga Martens van de Baha’i-gemeenschap en algemeen secretaris Piet Vergunst van de Gereformeerde Bond uitgenodigd.
Daarnaast waren er onder andere vertegenwoordigers van de Syrisch-Orthodoxe Kerk, de Syrisch-Katholieke Kerk, de Ethiopisch Evangelische Kerk of de Koptische Kerk in Nederland.
Wat werd onder de aandacht van minister Rosenthal gebracht? Masoud Amini van de Iraanse Koresgemeente verwoordde dat moslims die christen worden, in doodsgevaar verkeren. Rabbijn Soetendorp vestigde de aandacht op het antisemitisme. Ds. Johannes Linandi van de Indonesisch-Nederlandse kerk zei hoe het hem raakte toen in 1998 in Indonesië de kerk die hij diende, in brand gestoken werd. ‘In de praktijk is er geen tolerantie, maar is er geweld.’ De minister gaf aan dat de Nederlandse regering ‘niet aflatende aandacht voor de positie van de christenen heeft en dat de autoriteiten in Indonesië ontvankelijk zijn voor onze opmerkingen.’ In reactie op de woorden van ds. Erik Sarwar van de Pakistaanse kerk in Nederland zei Rosenthal dat hij met afschuw kennisgenomen heeft van de recente moord op twee (ex-)ministers die kritiek hadden op het functioneren van de blasfemiewet.

Vergunst vroeg de aandacht van de minister voor Noord-Korea, al zoveel jaren het land dat de eerste plaats op de Ranglijst Christenvervolging bezet en waar de onderdrukking zo groot is dat onze blijvende geschoktheid nodig is. Hij uitte dank voor het feit dat Rosenthal in navolging van zijn voorgangers Jozias van Aartsen en Maxime Verhagen zowel zelfstandig als in Europees verband geloofsvrijheid tot prioriteit in het buitenlands beleid maakt. Tot slot vroeg hij hem of onze ambassades oog blijven houden voor religieuze minderheden, ook in landen vanwaaruit geen incidenten gemeld worden, maar waar christenen zich verborgen houden, een dubbelleven moeten leiden.

Rosenthal antwoordde onder meer dat hij de pilot waarin Nederland de godsdienstvrijheid wil bevorderen in Egypte, Eritrea, Iran, China en Kazachstan, verder wil uitbreiden. Voor Eritrea vroeg ds. T. Habte van de Ethiopische Evangelische kerk ook aandacht. Hij verwoordde dat vervolging bij het christenleven hoort, vooral als ‘er Farao’s zijn die Jozef niet meer gekend hebben’.
Al zal minister Rosenthal de toezeggingen die er politiek toe doen, aan de Tweede Kamer doen, waren we niet minder blij met zijn toezeggingen op deze middag. Samen met Italië, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk hoort Nederland tot de voorvechters van het agenderen van godsdienstvrijheid in Europees verband. Hij gaf inzicht in de door hem ontplooide activiteiten, ook binnen de raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties. En, hij gaf aan de komende tijd open te staan voor ieders suggesties. Daarom zeggen we ook in deze context: wordt vervolgd.

Geref. Bond neemt deel aan gesprek met minister Rosenthal | Gereformeerde Bond